Interview met Anneke van Giersbergen.

Interview met Anneke van Giersbergen.

Omdat Anneke van Giersbergen binnenkort een album uitbrengt met haar nieuwe band VUUR, waren er interviews georganiseerd in de showroom van Gibson. Tussen het muzikale speelgoed werd het een gesprek over, behalve het nieuwe album, bandverhoudingen, muzikale invloeden en de Efteling.

 

Waarom heb je besloten na een periode van solowerk weer in een band te willen werken?
“Mijn soloplaten speelde ik natuurlijk ook al met een band, maar ik wilde weer een (prog)metal plaat maken met een heavier geluid. Daar heb je mensen voor nodig en die heb ik gevonden in The Gentle Storm band. Arjen Lucassen en ik hadden die plaat gemaakt en ik wilde daarmee op tour. We hebben daarvoor een band bijeengezocht, maar die was zo goed! Ik dacht dat als ik een heavy plaat wilde maken ik dat met deze mensen kon doen. Alleen Ed Warby op drums al. Ik heb de band gevraagd, iedereen wilde meedoen en Joost van den Broek, die meer de studio in wilde, wilde wel produceren. Ineens had ik een superteam. Daarom wilde ik niet alleen een heel goede plaat maken, maar ook dat de band een naam heeft zodat deze blijft bestaan. Ik wil ook meerdere platen met ze maken. Normaal gesproken doe ik eens een solo project of werk ik met iemand anders en zo heb ik de afgelopen jaren heel veel gedaan, maar ik wil dat dit blijft bestaan.”

Voelt het dan ook als een volwaardige band, met leden die hun eigen stempel er op drukken?
“Muzikaal zeker, de jongens hebben allemaal een eigen band of hebben deze gehad. Ze hebben een specifieke manier van spelen dus hun sound is belangrijk voor de band. Maar de band was mijn idee, dus het is geen democratie. Ik heb de songs geschreven samen met Joost van den Broek en anderen waaronder bandleden, maar de visie en het concept en de plannen wat we gaan doen komen van mij. Tijdens het opnemen echter zijn de songs echt gaan leven door de persoonlijkheden van de band.”

Motörhead was natuurlijk ook een band terwijl Lemmy de baas was?
“Het zit er een beetje tussen in, het is niet Anneke en ‘a bunch of guys’. Maar het is niet zo dat we met zijn allen alles beslissen over bijvoorbeeld de kleur van de hoes. Het gaat ook sneller als een of twee mensen iets bedenken en de rest voert het uit.”

Kan de rest hun creativiteit in de manier van spelen kwijt?
“Ja, het is voor hen ook fijn denk ik, ze hoeven niet na te denken op zakelijk of logistiek vlak. Ze hoeven alleen maar heel goed te spelen en dat doen ze. Ik vind het een fijne werkwijze en ze hebben natuurlijk wel ideeën en input. Ze weten heel goed hoe dingen werken, dus daar luister ik graag naar. Het is geen dictatuur.”

Je hebt een aantal bekende personen gevonden om samen met je te schrijven. Hoe kwam je bij hen terecht?
“Eigenlijk zijn deze drie personen ( Mark Holcomb, Esa Holopainen, Daniel Cardoso) goed bevriend met mij en elkaar. We hebben veel contact. Ik heb ze een keer gevraagd of ze bij wilden dragen en iedereen zei daar ja op. Ik kreeg input en stukken songs en Joost en ik hebben daar in de studio songs van gemaakt. Esa heeft bijvoorbeeld hele typische riffs en dat hoor je terug op de plaat, daar ben ik heel trots op. Daarnaast hebben de gitaristen van Vuur een paar songs aangedragen met een eigen karakter. Voor de volgende plaat wil ik wat meer schrijven met de gitaristen.”

Was het je bedoeling dat iedere song zijn eigen karakter had?
“Ja maar toch moet je het produceren tot een geheel. Dat was Joost zijn verdienste.”

Denk je de gastschrijvers ook nog op het podium te krijgen?
“Wie weet? Het leuke is, als je tourt en je bent bij hen in de stad en ze zijn niet op tour, dan vraag je ze mee te doen. Esa bijvoorbeeld, woont in Helsinki, waar we heel vaak komen. Zo gaat dat, als Devin (Townsend)  in de Nederland is dan doe ik graag mee. Dat kondig ik vaak niet eens aan, het is gewoon leuk om te doen.”

Je noemt Devin Townsend. Kun je tegen hem zeggen: ik heb iets op jouw albums gezongen, kom ook eens iets doen op de mijne?
“Ja, dat zou ik kunnen doen hè? Het lijkt me heel leuk om op een tweede album samen met hem iets de doen, als hij tijd heeft. Schrijven, zingen, een gitaarsolo. Hij kan natuurlijk alles. Het is luxe dat soort mensen te kennen. Ik heb ook veel van hem geleerd. Ik leer veel over zingen, performen, opnemen, omdat ik met hem werk, die inspiratie neem ik mee in mijn eigen muziek.”

Komt daar ook de prog invloed vandaan?
“Jazeker, zijn prog invloed vind ik te gek, de melodie, de zang, ik liet mijn demo’s aan hem horen en zei telkens: sorry, ik ben zo geïnspireerd door jou. Hij vond het gelukkig heel tof.”

Sinds je met Arjen Lucassen werkt hoor ik dat ook terug, klopt dat?
“Ja, je neemt het allemaal mee en dat hoor je ergens terugkomen.”

Op Dynamo speelde je behalve songs van ‘Vuur’ ook een aantal songs van The Gathering. Blijft dat een onderdeel van je live set?
“Ik speel altijd al oude songs, en mensen vinden het werk van The Gathering heel leuk. Maar het kan van alles zijn, The Gathering, Devin Townsend , The Gentle Storm. Het zwaartepunt ligt echter bij de nieuwe plaat.”

Op je album zijn songs vernoemd naar plaatsen, waarom Beirut?
“Ik kom daar ook regelmatig, het is een hele leuke plek om te spelen. Het is een stad mij ontzettend veel historie waar ik in poëtische zin over schrijf. Het is ook heel anders dan de omgeving. Het is er ontzettend leuk optreden, maar 100 kilometer verderop wordt er gevochten, dat is bizar. Bij ons is het rustig, maar vroeger is er hier bijvoorbeeld in de tweede wereldoorlog ook veel gevochten, dat is eigenlijk nog steeds voelbaar. Ik wil aanvoelen hoe de mensen daar tegenaan kijken in zo’n stad. In Berlijn krijg je bijvoorbeeld een heel ander gevoel mee.”

Je probeerde je emotionele betrokkenheid met de steden op het album te verwoorden?
“Ja, ik vind het te gek als dat eruit wordt gefilterd.”

Je speelt ook live op het materiaal van Vuur veel gitaar, kwam daar ook de behoefte om heavier te worden vandaan?
“Ik speelde altijd al gitaar, ook op akoestische stukken. op songs als ‘Strange Machines’ zijn lange instrumentale stukken, ik kan daar best aan bijdragen door live gitaar te spelen. Door met Vuur mee te spelen, leer ik ook op een andere manier te spelen. Maar de gitaristen van Vuur zijn zo fantastisch, die hebben mijn ondersteuning op zich niet nodig. Ik leer wel typische metal technieken van ze.”

Heb je al veel ideeën voor een volgend album?
“Ik voel me comfortabel met de heavy energieke progressieve metal die we nu aan het doen zijn. Het is heel breed, ik kan er van alles mee. Misschien het steden thema doorzetten? We hebben nog veel tijd, het album is net opgenomen, maar dit treintje mag wel blijven rollen.”

En dan meer naam opbouwen?
“Ja, alle leden hebben al veel in de metal gedaan, zijn wel bekend. Toch is het een nieuwe band. Je moet aandacht trekken, een goed album schrijven en hard werken om dat goed neer te zetten. Ik hoop dat mensen het omarmen, dan kunnen we lekker door.”

Geeft het een kick om echt iets nieuws te doen?
“Ja, het geeft veel inspiratie.”

Ga je binnenkort nog met Arjen lucassen samenwerken?
“Er zijn natuurlijk de grote Ayreon shows, dat wordt super. Misschien Gentle Storm of een nieuw Ayreon album, we blijven bij elkaar in de picture. Nederland is klein, je springt in de auto en je bent er.”

Hoe kwam je met BLØF te spelen?
“Ik werk al heel lang met Peter Slager, de bassist. We hebben samen een project gedaan, Lorrainville. We hebben daarmee twee platen gemaakt, een collectief dat Americana-achtige muziek maakt. We vinden het fijn om met elkaar te werken, ik heb ook op zijn solo plaat gezongen. Met Pascal heb ik ook meegedaan  in zijn solo project. Ik heb mee gezongen op de nieuwe BLØF plaat, die heet “Aan”.  Het is een Nederlandstalige plaat. En van hen leer ik weer omdat ze in een heel andere scene zitten. BLØF is de grootste band van Nederland en kunnen makkelijk Ilse de Lange vragen of Anouk en ze vragen toch iemand uit een hele andere scene, omdat ze het fijn vinden met me te werken of omdat ze mijn stem mooi vinden, dat vindt ik leuk.”

Je hebt zelfs ooit wel eens ingezongen voor de Efteling?
“Ja, regelmatig. Ik heb laatst nog ‘de witte wieven’ ingezongen voor de baron, een populaire attractie op de Efteling. Ze hebben allemaal mijn stem gehoord, dat vind ik heel gaaf. Ik heb zelf niet meegereden, maar er wel doorheen gewandeld, want dan kun je het hele verhaal horen. Ik heb er om gevraagd en daarna ben ik weer weg gegaan.”

Al met al een heel prettig gesprek met Anneke van Giersbergen. De nieuwe plaat “In This Moment We Are Free – Cities” komt op 20 oktober uit.

Interview: Marcel Bergervoet
Foto header: Jeroen Gest