Live report: Complexity Fest – Patronaat Haarlem, 15-02-2020

Live report: Complexity Fest – Patronaat Haarlem, 15-02-2020.

De 2020 editie van Complexity Fest heeft een line up vol bands die ik niet ken. Ik heb besloten om het gewoon over me heen te laten gaan en onbevangen te genieten. Aangezien dit op eerdere edities goed lukte, gaat dit zeker lukken.

De dag begint voor mij met Our Oceans, een Nederlandse band die nog niet al te lang bezig is en maar één album uit heeft. De muziek die ze maken is lekker proggy, dromerig en licht psychedelisch, maar met een belangrijke plaats voor gitaargeluid. Je hoort gewoon, ondanks dat de muziek vrij rustig is, dat de bandleden uit metalbands komen (Exvivious, Cynic, Pestilence). Daarnaast kun je als je goed luistert wat liefde voor Radiohead ontwaren. De zanger heeft een hoog stemgeluid met een heel eigen stijl. De songs zijn daarnaast ook echt goed geschreven, bouwen op naar hoogtepunten en bouwen het zo nodig ook weer af, om er vervolgens nog meer tegenaan te gooien. De bandleden zijn een tikkie introvert, maar weten desondanks wel contact te maken met het publiek en het helpt ze de emoties van hun muziek te vertolken. Dit jaar komt ook het nieuwe album uit van de band en ze hebben besloten de set aardig vol nieuw materiaal te stoppen. Ik heb alvast een aantekening gemaakt, deze band kan de wereld denk ik nog veel leuke muziek geven.

De Japanse band Goat valt bij een gedeelte van het publiek heel goed. Voor mij persoonlijk is het bij afstand de saaiste toevoeging die er op Complexity 2020 te vinden is. Ik houd er namelijk wel van als muziek melodie en emotie bevat. Ik vind een beetje interactie tussen band en publiek daarnaast ook wel fijn. Dit zijn nu net allemaal dingen die volledig ontbreken bij Goat. Ik wil niet ontkennen dat de band heel veel talent heeft, ik kan ook herkennen dat wat ze doen ontzettend knap in elkaar zit. Het is alleen voor mij ongeveer net zo interessant als het bijwonen van een gedetailleerde wetenschappelijke presentatie van een onderwerp dat je totaal niet interesseert. Hun ‘show’ begint doordat een aantal zeer introverte personen in een kringetje gaan zitten en heel geconcentreerd, zonder aandacht voor publiek of elkaar, percussie begint te spelen. Het is ingewikkelde percussie met veel variaties, maar ik vraag me toch af wanneer ze de aanwezige bas en gitaar gaan gebruiken. Het is voor mij dan ook een flinke domper als die instrumenten uiteindelijk worden ingezet voor additionele percussie. Ook herken ik geen dynamiek of het opbouwen naar een climax in de songs. Als vervolgens de volgende songs meer van hetzelfde zijn, weet ik mijn aanwezigheid te rekken tot halverwege de set. Ik gun degenen die hiervan genoten hebben hun ervaring, ik mijd deze band voortaan.

De band Cold Night for Alligators bevalt me gelukkig wel, al zal de vergelijking met Goat ze daar in helpen. Hun muziek is een vorm van djentcore. De band is heel enthousiast en ze hebben ook lekker veel interactie met het publiek. Vooral de zanger Johan Pedersen is heel intens, hij klimt overal op en gaat ook midden tussen het publiek staan. Als zanger is hij weliswaar beperkt, maar dat wordt meer dan goed gemaakt door de manier van optreden. Een klein puntje van kritiek: van een djent band zou je verwachten dat ze superstrak in hun spel zijn, maar ze zijn bij tijd en wijle een tikkie stroef in de overgangen, vooral aan het begin van de set. Het wordt echter song voor song steeds beter. Dat geldt ook voor de songs. Vreemd genoeg is de openingssong, vermakelijk als die is, de slechtste van de set. De combinatie van djent, metalcore en daar bovenop de lekker melodische loopjes van de gitarist is gewoon een leuke combinatie. Dit is misschien niet de strakste band van de avond, maar ze weten hoe ze hun publiek moeten vermaken.

Herod uit Zwitserland is voor mij één van de toppers van deze editie. De muziek doet een beetje denken aan de zwaardere momenten van ‘The Ocean’, wat helemaal niet verkeerd is om mee vergeleken te worden. Deze band heeft een loodzwaar gitaargeluid, je krijgt echt qua muziek een paar stevige bakstenen in je gezicht. De band weet op gezette momenten ook nog eens behoorlijk complex te gaan. Aangezien ze ook weten hoe een song op te bouwen krijg je wel een compleet pakket van ze. Dat geldt ook voor de zang, tussen de agressieve grunts is er hier en daar ruimte voor wat sfeervolle cleane zang. Hoewel de lichtere bands die ook op complexity aanwezig zijn me vaak ook boeien, been ik toch wel ontzettend blij dat dit soort bands ook worde geprogrammeerd, zeker omdat ze een heel strakke set hebben neergezet. De band heeft twee albums uit en er zit groei in hun geluid, dus houd ze in de gaten.

De Engelse band Pijn is één van de vele instrumentale bands op Complexity 2020, op een paar woordloze grunts na. Dat betekent in ieder geval dat de microfoon niet voor niets is neergezet. Desondanks heeft Complexity, op één band na, het voor elkaar gekregen instrumentale bands te vinden die mijn aandacht vast kunnen houden. De muziek van Pijn is namelijk lekker zwaar, gedragen en sfeervol. Ook zijn het niet zomaar riffs die achter elkaar zijn gegooid, maar lijkt iedere song een verhaal met een goede opbouw en regelmatige lichte momenten tussen het gitaargeweld. Wat speciaal is aan deze band is daarnaast ook de viool, die de sfeer en de emotie van de songs vergroot. Op sommige momenten wordt zelfs het tempo er flink op gegooid. Het is ook duidelijk dat de band er zelf wel van houdt om een lekker potje muziek te maken. Ik weet dat het niet voor iedereen is om lange instrumentale stukken te beluisteren die het midden houden tussen post metal en doom, met Goat nog in gedachten vindt ik het wel even lekker om te zwelgen in de emotie en de schoonheid van de klanken.

De band Stuff is waarschijnlijk met afstand de meest progressieve band van de dag. Het begint al met de instrumenten, waaronder een turntable en een rare elektronische hobo. De instrumentale band is duidelijk door ELP geïnspireerd, maar heeft dat volledig gemoderniseerd en tot een eigen stijl gemaakt. De band en hun muziek swingt lekker, maar voor een liefhebber van metal of stevige rock is er weinig te vinden. Desondanks kan ik het wel waarderen, er echt van houden zal ik echter nooit. Het aanwezige publiek heeft het echter duidelijk naar hun zin. Ik zou hier heel graag een steviger versie van horen, want er is duidelijk veel talent in deze band.

Night Verses, één van de vele instrumentale bands op deze editie van Complexity speelt een vorm van hyperactieve rock/metal die uiterst opwindend is. De band bestaat dan ook uit geweldige muzikanten, beginnend met de snel, strak, gevarieerd en krachtig spelende drummer Aric Improta. Dan is er de bassist Reilly Herrera, die de kunst verstaat in dienst van de band te spelen en desondanks een tovenaar met zijn instrument is. De ster van de band is echter gitarist Nick DePirro, de shredkoning van Complexity Fest. Hij speelt alle ritme wisselingen in heel hoog tempo en met het uiterste gemak, terwijl hij een ruime hoeveelheid effecten toevoegt en door het gebruik van exotische toonladders de muziek lekker fris en zo nu en dan Oosters laat klinken. De band beweegt ook lekker en vergeet niet hun publiek mee te nemen in de beleving. Dit is één van mijn favorieten deze dag. Ik heb de zang geen moment gemist, terwijl ik dat toch vaak heb met instrumentale bands.

Lychgate uit Engeland, is terug te vinden op internet als een ‘Avantgarde black-doom band’. Dat maakt deze band de hardste die op Complexity te vinden is. Aangezien deze editie vrij rustig is, was dat ook aan het publiek te merken. De zaal is namelijk half leeg, het zijn duidelijk alleen de metalheads die naar deze band zijn gekomen. De rest staat waarschijnlijk bij VASA, een post-rock band, of zijn gaan eten. Ze weten niet wat ze missen, ik vind dit één van de beste bands van de dag. De band weet soepeltjes black metal riffs, doom riffs en death metal riffs af te wisselen, terwijl ze dit aankleden met bevreemdende ijle of akoestische melodieën. Daarnaast treken ze zich niets aan van standaard songstructuren. Ook zanger Greg Chandler (bekend van Esoteric), is breed inzetbaar, met mooie cleans, diepe grunts en hoge schrieks. Nadat Lychgate je dan volledig de zware sfeer in heeft getrokken, halen ze je er weer uit met een riff feest waar je hoofd niet stil bij kan blijven. Dan wordt er ook nog eens werk van hun nieuw uit te brengen EP ‘Also Sprach Futura’ gespeeld, dat sneller en progressiever klinkt, dus mijn nek had het zwaar. Nu heb ik een zwak voor doom, maar dit laadt me weer helemaal op tussen de leuke, maar wat lichte muziek die je ook op Complexity tegenkomt. Ik weet dat de combinatie van stijlen die deze band gekozen heeft ze niet heel populair gaat maken, maar dit is kwaliteitsmuziek die meer aandacht verdient.

And So I Watch You From Afar speelt twee sets deze avond, de eerste set is aangekondigd als iets speciaals. Vooraf hangt er al een projectienet. Daarnaast zijn er een aantal stoelen neergezet voor een strijkkwartet. Het net maakt duidelijk dat er bijzonder weinig interactie met de band gaat zijn, maar daar gaat deze set niet om. Vanaf de eerste tonen wordt er namelijk een digitale animatiefilm getoond, die een concept vormt met de muziek. Aangezien de animatie van dichtbij slecht zichtbaar was, ben ik achter in de zaal gaan staan, “I watched them from afar”. De muziek betreft een enkele postrock song, die heel langzaam op gang komt. Ik moet ook eerlijk zeggen dat de bijbehorende film de voornaamste reden is dat ik de hele set blijf. De song is namelijk wel aardig en zeker heel goed gespeeld, maar ‘wel aardig’, in combinatie van een gebrek aan interactie doet het maar een tijdje voor mij. Gelukkig komt er later nog een tweede set die anders van opzet is. Voor fans kan ik me voorstellen dat dit een geweldige ervaring is.

De Londense band Ithaca probeert hun woede door alle muren, vloer en plafond heen te rammen… in hawaiishirts. Deze band is ongetwijfeld uniek in de hardcore wereld. Dat is het meest duidelijk, omdat ze super agressieve hardcore spelen, maar dan met ingewikkelde ritmes en afwijkende melodieën. Waarschijnlijk was het ook onvermijdelijk dat ze een unieke band zouden worden, oprichtster en zangeres Djamilla Azzouz komt van een musical (!) school. Geholpen door de kleine zaal 3, waar je letterlijk face to face met je publiek staat, gaat de band helemaal los in eenheid met het moshende publiek. Op de spaarzame momenten dat de zangeres clean zingt, kun je goed horen dat ze een geschoolde zangeres is, maar als ze schreeuwt denk je pas echt, wat een strot! De band om haar laat ook goed horen dat de tijd allang voorbij is dat punkbands geen instrumenten kunnen spelen. De complexe muziek wordt nauwkeurig gespeeld. De normaal bij hardcorebands niet voorkomende chromatische melodieën zijn heel duidelijk en dit alles gebeurt zonder een spatje agressie of intensiteit te verliezen. Het is een jonge band met nog maar één album uit en ik hoop dat ze nog een lange toekomst voor zich hebben.

Doordat Ithaca snel klaar is en met een beetje doorlopen, lukt het de tweede helft van de set van Raketkanon mee te pakken. Wat mij betreft is dit de live band van de avond, ik had ze best helemaal willen zien. De muziek is opzwepend en klinkt lekker, de band enthousiast en last but not least, de zanger Pieter-Paul Devos is een frontman zoals er weinig zijn. Hij schreeuwt alsof hij demonen wil verdrijven, zijn bewegingen ongecontroleerd van wildheid en zijn spullen worden voortdurend omgetrokken. Hij weet echter precies wat hij doet en bespeelt de zaal als een instrument. Hij grapt wat tussendoor en maakt zijn optreden persoonlijk voor de mensen in het publiek. Ook zonder zijn performance zou ik dit al heel goed vinden, denk ik. De band combineert (psychedelische) rock uit de seventies met heavy alternative uit de nineties en trekt het met wat subtiele electronische elementjes de eenentwintigste eeuw in. Het is altijd goed als een band zich weinig van genres aantrekt en gewoon combineert wat ze leuk vinden. Het resultaat is een mix waarbij je je mee kunt laten voeren door de zacht naar hard dynamiek, de riffs en de intense zang. Dit is een echte rockband die leeft voor de optredens en live een extra dimensie aan hun muziek toevoegt. Helaas stoppen ze ermee, ik ben blij dat ik ze een keer heb kunnen zien.

De tweede set van And So I Watch You From Afar is minder in your face progressief dan de eerste, maar wel een stuk vlotter en leuker. Daarnaast zijn de Ierse roots van de band in de tweede set een stuk duidelijker te horen. De muziek is echter nog steeds (vrijwel) instrumentaal. Gelukkig is het gordijn deze set weg, wat de band ook vanuit het publiek duidelijk wordt gemaakt, zodat we ze bezig kunnen zien. Het blijkt een veel bewegende, dynamische band te zijn. Als je daarbij de muur van gitaargeluid en de voortdurende, goed op elkaar aansluitende, overgangen optelt, heb je het recept voor een feestje in de zaal. Hoewel de songs her en der allerlei ritmische experimentjes bevatten (luister bijvoorbeeld naar ‘A little solidarity goes a long way’), zorgt de band er voor dat de flow van de song doorloopt. Het resultaat is een bewegende, dansende zaal. Typisch voor hun set is ook de song ‘Tip of the Hat, Punch in the Face’. Deze is dan weer blij melodieus, dan vol ronkende gitaren en her en der zijn wat ritmische experimentjes verstopt. Als dan het puur instrumentale je echt te veel wordt, hebben ze nog een song met wat shouts en zelf eentje waar het publiek meelalt. Een progressieve feestband hadden ze in de seventies waarschijnlijk niet aan zien komen, maar dat is wat dit is.

De afsluitende act, Otoboke Beaver, heeft natuurlijk niets te maken met progressieve rock of progressieve metal. Het betreft namelijk een Japanse punkband. Ik vermoed dat één van de redenen voor de organisatie om deze band toch te programmeren ligt in de vreemdheid die Japanse bands vaak hebben, wat bij deze band zeker ook aanwezig is. De vreemdheid zit is de typisch Japans-boze aankondigingen van gitarist Yoyoyoshie, in de absurde en half begrijpbare commentaren van zangeres Accorinrin en zeker ook in de rare tussenstukjes in de songs en j-pop melodietjes in de zang. Qua performance is de band echter strak, snel, agressief en fun, met als resultaat dat de zaal al snel een grote, dampende moshpit is. Geheel naar oude punk gewoontes, probeert de band tussen de songs in een beetje te choqueren en het publiek te irriteren, maar aangezien het Nederlandse publiek wel wat gewend is, en het speelse karakter van de dames dat duidelijk zichtbaar is, draagt het alleen maar bij aan de leuke set. Aan het eind pakt Accorinrin ook nog even de kans te crowdsurfen, dus een geslaagd avondje voor band en publiek. Als je de kans krijgt ga ze eens bekijken, het is leuk.

Tekst : Marcel Bergervoet
Foto’s: Jeroen Gest

Related posts

Six Feet Under @ The Rock Temple -Kerkrade 2012

livereviewer

Testament – Effenaar Eindhoven, 16-05-2015

LiveReviewer

Live report: Pestilence / Rebaelliun / Seita – Patronaat, 26-01-2018

LiveReviewer
UA-17622028-3